Home -
Wij hebben een instructie opgesteld voor de vragenlijst “Zicht op Burgerschap,” met uitleg over de opbouw van de vragenlijst, licentieaanvraag, voorbereiding en uitzetten, invullen en afronden, het verzamelrapport, de resultaten en ondersteuning bij gebruik van de vragenlijst.
Voor u hebben we een aantal vragen met antwoorden geformuleerd om goed te kunnen werken met de vragenlijst:
1 – Goed om te weten: waarom zou je deze vragenlijst afnemen?
Het korte antwoord: zodat je als school inzicht krijgt in waar leerlingen staan qua burgerschap. En je daarna gericht je Burgerschapsonderwijs kan doorontwikkelen of complimenten uit kan delen aan collega’s. Het is een manier om invulling te geven aan de wettelijke plicht om kwaliteitszorg voor burgerschap te organiseren.
2 – Hoe lang duurt de vragenlijst?
Tijdens de ontwikkeling van deze vragenlijst bleek dat leerlingen gemiddeld ongeveer 25 minuten doen over het invullen van de vragenlijst. Nu is niet elke leerling gemiddeld: een leerling kan er ook 10 minuten langer over doen. Daarnaast duurt het altijd even voor je hebt uitgelegd wat je gaat doen, dus als je een lesuur reserveert voor afname zit je sowieso goed. Het kan zijn dat je dan nog wat tijd overhoudt.
3 – Wat vertel ik tegen mijn leerlingen?
Je kan vertellen dat dit een vragenlijst is die gaat over wat je op school leert over samenleven. Dat er kennisvragen zijn, maar ook vragen waarin leerlingen hun mening mogen geven. Als je om je mening wordt gevraagd is er geen goed of fout: je mag gewoon je eigen mening geven. Je krijgt ook geen cijfer voor de vragenlijst. School gebruikt de uitkomsten om te kijken hoe we het doen en wat er beter kan.
4 – Wat zijn goede omstandigheden om de vragenlijst af te nemen?
Dit kun je zelf het beste inschatten, maar
Zorg in elk geval dat leerlingen rustig en geconcentreerd kunnen werken.
Reserveer voor een les een lokaal met computers. Gebruiker leerlingen laptops? Laat ze die dan meenemen naar de les. Iedereen kan de vragenlijst afnemen, als je een maatschappij vak geeft is dat een pré.
5 – Hoe neem je de vragenlijst af?
Zorg ervoor dat iedereen toegang tot de vragenlijst heeft voordat je begint.
Zorg ervoor dat leerlingen ongestoord en in stilte kunnen werken. Als ze vragen over de vragenlijst hebben, laat ze hun hand opsteken zodat je de vraag 1 op 1 kan beantwoorden. Sommige leerlingen zullen eerder klaar zijn. Bedenk en vertel ze van tevoren wat nodig is om te voorkomen dat ze andere leerlingen gaan sturen, zoals in stilte het lokaal verlaten of dat ze iets voor zichzelf gaan doen.
6 – In hoeverre mag ik leerlingen helpen?
Als leerlingen iets niet snappen dat nodig is om de vragenlijst in te vullen of een vraag te begrijpen, dan kun je ze op weg helpen. Let op: dat is niet de bedoeling als ze worden gevraagd wat dat woord betekent. Solidariteit is bijvoorbeeld een begrip dat niet elke leerling kent – maar ook een woord dat je niet uit mag leggen, omdat we willen toetsen of leerlingen het kennen. In dat geval kun je leerlingen zeggen dat ze kunnen invullen wat ze denken dat het juiste antwoord, zelfs als dat een gokje is.
7 – Ik wil de vragenlijst graag in twee delen afnamen, wat moet ik doen?
Dat kan. Neem dan contact op met Riskchanger, die de vragenlijst heeft gedigitaliseerd. Dat kan op helpdesk@riskchanger.nl.
8 – Ik heb een technische storing, wat moet ik doen?
Wat vervelend. Neem contact op met helpdesk@riskchanger.nl en zij helpen je verder.

Voor u hebben we een aantal vragen en antwoorden geformuleerd om goed te kunnen werken met de vragenlijst:
1 – Hoe moet ik de resultaten lezen?
De beste manier om de resultaten te lezen door eerst te kijken naar de volgende schalen:
Je kan daarbij kijken naar de gemiddeldes én naar de spreiding. Want als er grote verschillen zijn tussen leerlingen uit dezelfde klassen, kan dat een aanwijzing zijn dat het onderwijs nog beter kan. Deze schalen geven zicht op de belangrijkste inhoudelijke eisen uit de wet Verduidelijking Burgerschapsopdracht. Je kan vervolgens kijken of er specifieke vragen zijn waar je leerlingen relatief laag op scoren.
Daarnaast kun je kijken naar de thuisgevoel, gevoel van invloed en ervaren responsiviteit schalen. Die werpen licht op onderdelen van je schoolcultuur. Je kan bovendien bekijken welke burgerschapsvaardigheden leerlingen nog meer zouden willen leren en welke waarden ze belangrijk vinden.
2 – Mijn leerlingen scoren niet goed op onderdeel X! Is dat erg?
Dat kun je zelf het beste beoordelen, met behulp van deze inzichten:
Het kan zijn dat je het onderwerp of leerdoel pas in een later leerjaar behandelt. Dan is het niet erg dat leerlingen op dit onderdeel relatief laag scoren.
Als het om een houding gaat heb je als school invloed, maar die invloed is beperkt. Het kan dus zijn dat je leerlingen zijn beïnvloed door hun ouders, vrienden of (sociale) media. Maar als je er helemaal geen onderwijs over geeft, ook niet in latere leerjaren, kun je vragen van de Inspectie verwachten.
Het is een wettelijke eis dat je aan kennis van en respect voor de democratie, rechtsstaat, basiswaarden en diversiteit werkt. Dus daar moet je in elk geval werk van maken.
3 – Hoe moet ik de scores op een specifieke vraag uit de vragenlijst interpreteren?
De vragenlijst geeft betrouwbare resultaten op het niveau van de schalen, niet op het niveau van individuele vragen of deelschalen. Je kan gerust kijken naar hoe je leerlingen op specifieke vragen scoren, zolang je dat in je achterhoofd houdt.
4 – Maar leerlingen mogen deze mening toch hebben?
Soms staat er een stelling in de vragenlijst die bijvoorbeeld gebruikt wordt om te meten welke mate leerlingen voor gelijke rechten zijn, zoals ‘Als het mij vraagt, moeten we verbieden dat mannen met elkaar mogen zoenen op straat.’ Het klopt dat je in Nederland deze mening mag hebben, ook al is het een intolerante mening. De wet Verduidelijking Burgerschapsopdracht vraagt tegelijkertijd van scholen om respect voor de rechtsstaat, de basiswaarde gelijkheid en respect voor 7 types diversiteit te bevorderen. Dit soort vragen geven tezamen een indicatie of je leerlingen respect voor die zaken hebben.
5 – Waarom gaat de vragenlijst in op zoveel verschillende types diversiteit?
Omdat de wetgever van scholen verwacht dat scholen kennis van en respect voor deze 7 types diversiteit bevorderen. Om precies te zijn: het onderwijs moet zich herkenbaar richten op ‘het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.’ Let op, de schaal als geheel is betrouwbaar, de vragen over specifieke types diversiteit geven een aanvullend beeld van hoe je leerlingen scoren.
6 – Wat zeggen de bevindingen over onze schoolcultuur?
In de vragenlijst zijn er vragen die ingaan op de mate waar leerlingen zich thuis voelen (ook wel: sense of belonging) en de mate waarin ze ervaren dat ze invloed hebben op hun directe omgeving (gevoel van invloed) en de mate waarin ze leraren en school als responsief ervaren (ervaren responsiviteit). Deze vragen geven je dus inzicht in hoe aspecten van de schoolcultuur die van belang zijn voor de ontwikkeling van burgerschap wordt ervaren door je leerlingen.
Het is belangrijk om bij deze vragen niet alleen naar het gemiddelde te kijken. Ook als een paar leerlingen zich echt niet thuis voelen op school, kan dat een goede reden zijn om te onderzoeken wat er aan de hand is.
7 – Mijn leerlingen scoren op alle vlakken goed of zelfs bovengemiddeld. Zijn we dan klaar?
Dat hoeft niet zo te zijn, om verschillende redenen:
Ten eerste wordt niet alles wordt gemeten in deze vragenlijst. Zo moet je als school leerlingen leren omgaan met botsende basiswaarden. Maar dat is een vaardigheid die zich minder goed laat meten via een vragenlijst.
Ten tweede biedt de wet je de ruimte om zelf te bepalen welke sociale en maatschappelijke competenties je wil onderwijzen. Als gevolg hiervan kunnen de gekozen sociale en maatschappelijke competenties per school kunnen verschillen. In deze vragenlijst hebben we daarom een paar vragen opgenomen waarmee leerlingen kunnen aangeven wat ze graag zouden willen leren. Of ze deze vaardigheden beheersen, meten we niet.
Ten derde hangt het van je eigen ambities af. Deze vragenlijst richt zich op de wettelijke eisen voortvloeiend uit de wet Verduidelijking Burgerschapsopdracht. Je kan als school de lat hoger leggen en ook schoolspecifieke doelen stellen. Of je die haalt, kunnen we op basis van deze vragenlijst niet zeggen.
Ten slotte leert de ervaring dat sommige kwesties niet goed via een vragenlijst te achterhalen zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor ervaren racisme of seksisme. Als leerlingen zich ongelijk behandeld voelen op school, komt dat niet altijd naar voren in vragenlijsten. Het maakt namelijk veel uit hoe je het vraagt en wie het vraagt. Daarom raden we je aan ook altijd een vorm van kwalitatieve kwaliteitszorg te hanteren, zoals focusgroepen of klankbordgesprekken.
8 – Hoe kan ik ons onderwijs verbeteren?
Soms behandel je een onderwerp uit de vragenlijst nog niet. Dan is dat onderwerp wel gaan behandelen goede eerste stap. Soms kun je de lessen op school nog verbeteren, verder toespitsen of ervoor zorgen dat het geleerde beter beklijft. En het kan zijn dat je beter wil worden in het ontwerpen of geven van lessen. Of dat je collega’s daar behoefte aan hebben. Dan kun je gericht aan professionalisering gaan werken. Hoe doelgerichter je dat doet, hoe beter.
9 – Ik wil graag wat hulp bij de duiding of bij vervolgstappen. Kan dat?
Ja, dat kan. De vragenlijst is door bureau Common Ground ontwikkeld in samenwerking met het leernetwerk. Bureau Common Ground kan je ondersteuning bieden bij de duiding en andere vervolgstappen. Je kan ons mailen op info@bureaucommonground.nl.
Neem vrijblijvend contact op
Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!